Het bestuur
Het bestuur is eindverantwoordelijk voor het pensioen- en vermogensbeleid van het pensioenfonds. Het bestuur zorgt ervoor dat alle belanghebbenden op een evenwichtige wijze zijn vertegenwoordigd. In het bestuur zitten evenveel werkgevers (namens werkgeversvereniging NS) als werknemers (namens vakorganisaties).
Het bestuur bestaat uit zes vertegenwoordigers van de vakorganisaties en uit zes vertegenwoordigers van de werkgeversverenigingen.
|
Namens de werkgeversvereniging NS
|
Namens de vakorganisaties |
| Drs. C. Blokland (voorzitter) |
D. Ketting;
FNV Bondgenoten (secretaris) |
| Vacature |
Drs. S.M.J. Custers; FNV Bouw |
| Drs. J. Los |
J. Wevers
CNV Vakmensen |
| Dr. R.H.M. Emmerink |
Ir P. Leenders |
| Mr. G.T.M. Groten |
Ir. S. Brouwer, FNV Bondgenoten |
Ir. R.P. Rijper; namens de
werkgeversvereniging Railinfrastructuur |
F. Van Wanrooij; VVMC |
De heer drs. C. Blokland (links) is voorzitter van het bestuur.
De heer D. Ketting (rechts) is de secretaris van het bestuur.
Lees ook het interview van april 2009
Het pensioenfonds wordt bestuurd door mensen uit de sector
Het bestuur van het Spoorwegpensioenfonds wordt gevormd door vertegenwoordigers uit de sector. Werknemers en werkgevers zijn dus betrokken. Maar hoe wordt eigenlijk hun deskundigheid gewaarborgd? En hoe zit het met kosten en bonussen bij het fonds? Bestuurders Gerard Groten en Roel Berghuis geven antwoord.
Is het een voordeel dat het pensioenfonds bestuurd wordt door mensen die zelf in de sector werken?
Gerard Groten: ‘Ik denk het wel. Het zorgt voor betrokkenheid en verantwoordelijkheid en dat komt de kwaliteit van de besluitvorming ten goede. Neem het besluit van vorig jaar om de indexatie maar ten dele toe te kennen. Het feit dat we de volgende dag op ons werk de mensen tegenkomen om wie zo’n besluit draait, maakt dat je de afweging nog zorgvuldiger maakt. We besturen niet alleen met de rekenmachine in de hand, maar zitten er met ons hele hebben en houwen in.’ Roel Berghuis: ‘Ik zou mijn bestuurswerk niet kunnen doen als ik geen direct contact had met de achterban. Ik vind het belangrijk dat we als bestuurders zichtbaar en aanspreekbaar zijn. Mensen stellen me ook regelmatig vragen: hoe staat het fonds ervoor, hoe zit het met de indexatie? Het is goed dat de afstand tussen bestuurders en de mensen om wie het draait klein blijft.’

‘Natuurlijk proberen we goede rendementen te halen op de beleggingen, maar die komen alleen ten goede aan de pensioenen’
Gerard Groten
Het besturen van een pensioenfonds vraagt om veel deskundigheid. Hoe is die in het bestuur gewaarborgd?
Groten: ‘Ten eerste is een evenwichtige bestuurssamenstelling van belang. Niet iedereen hoeft overal evenveel vanaf te weten, maar als bestuur moeten we wel op alle terreinen voldoende in huis hebben. Verder investeren we veel tijd in deskundigheidsbevordering en waar nodig worden we bijgeschoold. En we worden ook getoetst op onze deskundigheid. De Nederlandsche Bank beoordeelt of we voldoende kennis in huis hebben en zelf hebben we functioneringsgesprekken voor bestuursleden. Belangrijk is ook dat we worden ondersteund door specialisten van SPF Beheer en andere externe deskundigen. Dat neemt niet weg dat wij als bestuur altijd verantwoordelijk zijn voor de beslissingen en dus een volwaardige gesprekspartner voor onze adviseurs moeten zijn. Wij moeten ze de juiste vragen kunnen stellen.’
Het toezicht op pensioenfondsen is ook erg toegenomen.
Berghuis: ‘Klopt, en dat is een goede zaak. Als bestuur vinden wij een open houding naar alle toezichthouders belangrijk. Dat geldt voor De Nederlandsche Bank en de AFM, maar ook voor onze medezeggenschaps- en toezichtsorganen zoals de deelnemersraad, het verantwoordingsorgaan en de visitatiecommissie. Al die organen zorgen voor een zekere bestuurlijke drukte, maar het is goed dat we als bestuur kritisch gevolgd worden. Wij beheren geld dat niet van ons is maar van de werkenden en gepensioneerden in onze sector. Dat moet je in alle openheid doen.’

Het is goed dat de afstand tussen bestuurders en de mensen om wie het draait klein blijft’
Roel Berghuis
Er is de laatste tijd veel te doen over provisies en bonussen in de financiële wereld. Hoe zit dat bij het Spoorwegpensioenfonds?
Groten: ‘Voor bestuurswerk krijgen we een vaste vergoeding. Iedereen kan in het jaarverslag lezen hoeveel dat is. En van bonussen voor bestuurders bij SPF is geen sprake. Het mag nooit zo zijn dat wij persoonlijk belang hebben bij bijvoorbeeld beleggingsbeslissingen die we voor het fonds nemen. Wat dat betreft is het een goede zaak dat alle bestuurders hun inkomen elders verdienen.’
En hoe zit het verder met de kosten?
Berghuis: ‘De uitvoering van een pensioenregeling kost natuurlijk geld. Maar het is de taak van het bestuur om ervoor te zorgen dat het goed gebeurt en met een gezonde zuinigheid. We houden de beloningsstructuur bij de uitvoeringsorganisatie scherp in de gaten. Verder hebben we als bedrijfstakpensioenfonds het voordeel dat mensen verplicht deelnemer zijn. We hebben dus geen enorme reclamebudgetten.’ Groten: ‘Het belangrijkste is misschien nog wel dat pensioenfondsen geen winstoogmerk hebben. Natuurlijk proberen we goede rendementen op de beleggingen te halen, maar die komen alleen ten goede aan de pensioenen.’
Is er in het bestuur strijd tussen werkgevers en werknemers?
Berghuis: ‘Daar heb ik nooit iets van gemerkt. We streven één belang na: een gezond pensioenfonds dat een solide regeling kan uitvoeren. In de discussies over hoe we dat doen spelen argumenten een rol, en niet bloedgroepen.’ Groten: ‘Er is bij mijn weten ook nog nooit gestemd over een besluit. Er is eendracht. Ik vind het feit dat het fonds door werknemers en werkgevers wordt bestuurd een groot goed. Die partijen samen zorgen ervoor dat er een zorgvuldige afweging wordt gemaakt van ieders belangen. Heel Nederlands, maar het werkt wel.'
Naar boven