Wanneer kan ik met pensioen?

Afhankelijk van uw geboortejaar kent het Spoorwegpensioenfonds verschillende leeftijden tot wanneer u pensioen kunt opbouwen. Maar het moment waarop u met pensioen gaat ligt niet vast. De pensioenregeling biedt u de mogelijkheid om eerder of later met pensioen te gaan. In de brochure Welkom bij het Spoorwegpensioenfonds leest u meer over de pensioenregeling.

Ik ben geboren vóór 1950
Uw pensioenleeftijd is 61, 62 óf 65 jaar. U vindt uw pensioenleeftijd op uw jaarlijkse pensioenoverzicht. Is uw pensioenleeftijd 61 of 62 jaar, dan ontvangt u vanaf dat moment het ouderdomspensioen. In de periode tot 65 jaar ontvangt u naast het ouderdomspensioen ook het tijdelijke overbruggingspensioen, dat het gemis aan AOW compenseert.

Ik ben geboren in 1950 of daarna en ik ben deelnemer geworden vóór 1 januari 2006
Uw pensioenleeftijd is 65 jaar (deze pensioenregeling is ingevoerd op 1 januari 2006) en al uw pensioen gaat in vanaf 65 jaar. U vindt uw pensioenleeftijd op uw jaarlijkse pensioenoverzicht. Het pensioen dat u onder de vorige pensioenregeling (met een pensioenleeftijd van 61 of 62 jaar) heeft opgebouwd, kunt u gebruiken om eerder dan met 65 jaar met pensioen te gaan. Gaat u eerder dan met 65 jaar met pensioen, maar is uw pensioen vóór uw 65ste onvoldoende? Dan kunt u uw pensioen vóór uw 65ste jaar aanvullen. U doet dit door een deel van uw pensioen na 65 jaar om te zetten naar de periode vóór 65 jaar.

Ik ben geboren in 1950 of daarna en ik ben deelnemer geworden op of na 1 januari 2006
Uw pensioenleeftijd is 65 jaar. U vindt uw pensioenleeftijd op uw jaarlijkse pensioenoverzicht. U bouwt vanaf de datum dat u in dienst treedt een ruim pensioen op. Daardoor kunt u uw pensioen eerder laten ingaan dan op uw 65ste jaar. Gaat u eerder dan met 65 jaar met pensioen, maar is uw pensioen vóór uw 65ste onvoldoende? Dan kunt u uw pensioen vóór uw 65ste jaar aanvullen. U doet dit door een deel van uw pensioen na 65 jaar om te zetten naar de periode vóór 65 jaar.